Slakken? Maak er geen probleem van!

– Klik op een afbeelding voor een vergroting (indien beschikbaar). –

De meeste moestuiniers zullen slakken in hun tuin liever zien gaan dan komen. Toch zou je niet blij zijn wanneer we in een wereld zonder slakken leefden, want zoals altijd heeft alles in de natuur zijn plaats en functie. Het feit dat wij die functie niet (willen) kennen maakt niet dat daardoor iets overbodig of onnodig is, hoe ongewenst voor ons het ook mag zijn.

Waarom hebben we slakken?

Wat is dan die functie voor slakken? Ze behoren tot de opruimers in de natuur en vullen een specifieke niche voor het afbreken van bepaalde soorten organisch materiaal. In dit geval met name zwakke, beschadigde en afstervende plantenbladeren. Iets waar tuinders toch geen problemen mee zouden moeten hebben, zou je denken. Maar waarom vreten die ellendige beesten dan je pas uitgeplante jonge sla of bonen op?

Daar zijn een aantal redenen voor aan te voeren. Allereerst hebben slakken ook hun voorkeuren voor wat ze wegknabbelen (zoals iedereen met Hosta’s in de tuin zal beamen) en hoewel oud en afstervend materiaal niet versmaad wordt, zullen ze wanneer ze de keuze krijgen toch eerder een jong slaplantje te lijf gaan.

Maar daar komt bij dat die slaplantjes misschien helemaal niet zo gezond zijn als wij denken (en hopen) dat ze zijn. Wanneer ze zijn opgegroeid met te weinig licht, te weinig of teveel water, teveel stikstof in de voeding, dan zijn het eerder zwakke planten met dunne celwanden, weinig weerstand tegen ziekten en met een lage kans op het voortbrengen van kwalitatief hoogwaardig zaad. Dat laatste zal ons tuinders worst zijn, want we willen de planten immers opeten ruim voordat ze zaad gaan maken. Maar in de natuur draait nou eenmaal alles om voortplanting, dus vanuit natuurlijk perspectief bezien kunnen die jonge slaplantjes weleens niet de moeite zijn om voort te zetten en dan is het voer voor de opruimbrigade; de slakken. Met name aangekocht plantgoed (tuincentrum, tuinmarkt) is vaak zwak door opgejaagde groei. Slakken “zien” planten anders dan wij: zij nemen vooral chemische signalen waar.

Het kan ook zijn dat de groeiomstandigheden na het uitplanten te wensen overlaten: te droog, te nat, een bodem die niet op orde is en bijvoorbeeld teveel vrije stikstof bevat, of te weinig humus, wat een vlotte doorworteling in de weg staat.

All you can eat buffet

De meeste tuinders hebben de gewoonte om hun gewassen keurig op rij en soort bij soort te zetten. Hierdoor vinden de slakken (en andere plaagdieren!) een keurig buffet waar alles handig bijeen is gebracht en waar ze in één schransfeest de hele aanplant kunnen consumeren. Ook de grond eromheen wordt door de tuinder mooi los en open gehouden (de tuin moet “zwart” en netjes zijn), waardoor de natuurlijke vijanden van slakken zoals bepaalde spinnensoorten, grote loopkevers, padden, egels, spitsmuizen e.d. geen schuilplekken vinden voor hùn natuurlijke vijanden, meestal vogels van allerlei pluimage. Die natuurlijke vijanden van de slakken houden er niet van om langdurig op “open terrein” te moeten verblijven op zoek naar prooi, want dan is de kans groot dat ze zelf opgegeten worden.

Wat kunnen wij doen?

Maar wat dan wèl? Een stapeltje takken in een verloren hoekje kan een egelburcht vormen, een poeltje trekt padden en kikkers aan. Gespreid uitplanten spreid ook letterlijk het vraatrisico; afwisseling met andere gewassen en het her en der tussenplanten van wat bloemen zoals goudsbloemen, komkommerkruid, oost indische kers en afrikaantjes verstoort zowel het beeld als de geur van de “prooiplanten”.

Knoflook verdragen slakken echt niet – waarschijnlijk omdat het een ingrediënt is van kruidenboter 😉 , dus een “verdwaalde” bol hier en daar wil ook goed helpen. De geur van tijm en rozemarijn schijnen ze ook niet te mogen.

In de ochtend watergeven i.p.v. in de avond, zodat de grond is opgedroogd voordat de slakken op hun buik door de tuin gaan schuiven (dit verlaagt ook de kans op schimmelaantasting).

Mulchen onder en om de planten zorgt voor betere groeiomstandigheden door onkruid te onderdrukken, vocht te reguleren en met name uitdroging en erosie van de bodem tegen te gaan, het biedt een toevluchtsoord aan allerlei natuurlijke vijanden van slakken en het voedt het bodemleven, wat de groei van de planten ook alleen maar ten goede komt.

Een plastic ring om de te beschermen plant of een afgesneden frisdrank- of melkfles kan goede bescherming bieden en ook biervallen zijn zeer effectief. Verhoogde bedden en potten kunnen met een strip van koperfolie langs de bovenkant beveiligd worden. Over de werkzaamheid van gekraakte eierschalen lopen de meningen uiteen.

Pluimvee en handwerk

Sprekend van eierschalen: de slakken regelmatig handmatig verzamelen m.b.v. een grote pincet of barbequetang en aan je kippen voeren is ook een effectieve manier om er vanaf te komen. Maar dan moet je wel kippen hebben natuurlijk… Bij gebrek aan kippen is de slakken verzuipen in een emmer water met wat opgeloste groene zeep waarschijnlijk de snelste methode, de slakken worden dan letterlijk “om zeep geholpen”. De inhoud van de emmer kan geleegd worden op de composthoop.

Loopeenden schijnen ook goed te werken als slakkenruimers, terwijl ze minder destructief zijn voor je tuin dan de bovengenoemde achteruitkrabbers, maar hoe hou je ze op je tuin? Weglopen is één ding, Kiekendieven (het symbool van onze provincie) zijn een heel ander…

Afdekken kan ook nog

Tot slot kan er ook altijd nog een beschermdoek als agryldoek, fleece, microclima of insectengaas over de jonge planten worden gelegd of een folietunneltje over worden gezet.

Wanneer je ervoor kiest om die moeite te doen, neem dan ook de moeite om de kanten goed dicht te leggen: egaliseer de grond, leg eerst een lat over de folierand en verzwaar die lat met wat stenen (dus niet zoals op deze foto!).

Toch bestrijden?

Wil je toch met slakkenkorrels aan de gang, gebruik dan biologische (ijzerfosfaat) korrels, want de “normale” (op basis van metaldehyde of methiocarb) zijn ook schadelijk voor vogels, egels, huisdieren en mensen.

Er bestaat ook de mogelijkheid om de slakken d.m.v. nematoden te bestrijden, te weten de Phasmarhabditis hermaphrodita, een parasiterend aaltje van pakweg 0,1mm lang, o.a. te koop onder de handelsnaam Nemaslug (van Basf). Het verhaal lijkt wel wat op de werking van Bacillus thuringiensis tegen de rupsen van het koolwitje. De werkwijze is als volgt: je koopt een portie droog materiaal wat geënt is met de aaltjes of een flesje met vloeistof waar ze in zitten, roert dat door water en giet het spul over de te behandelen grond. De aaltjes gaan actief op zoek en dringen de slakken binnen waar ze een bacterie afgeven. De slakken verliezen hierdoor hun eetlust (waardoor het gelijk gedaan is met de vreterij) en sterven met 1 tot 2 weken de hongerdood. Aangetaste slakken krijgen een verdikte mantel (het “zadel” achter het kopgedeelte) met een bult erop, een soort bochel, waarin de nieuwe generatie aaltjes groeit. De stervende slak trekt zich terug onder de grond waar de aaltjes de overblijfselen consumeren. Vervolgens gaan de aaltjes weer op zoek naar nieuwe gastheren. De werkingsduur van een behandeling is ongeveer zes weken.

Deze bestrijdingsmethode levert geen gevaar op voor de mens of andere dieren, maar kan al snel een dure aangelegenheid worden. Prijzen varieëren maar een portie kost inclusief verzendkosten rond de 4 tientjes voor 50 vierkante meter. En om effectief te zijn moet behandelen minimaal twee keer per jaar; zo rond maart, april en rond eind oktober worden uitgevoerd. Dus reken maar uit… Voor dat geld eigenlijk alleen een oplossing voor duidelijk afgebakende, goed beheersbare omstandigheden zoals een kas. Het is goedkoper wat verlies aan groente in te calculeren en de omstandigheden voor de natuurlijke vijanden van slakken verbeteren.

Tenzij je de aaltjes zelf gaat kweken. Ik heb een filmpje gezien van Tony van U.K. here we grow die een geïnfecteerde slak als “entportie” gebruikte om een hele groep te infecteren en hiermee een brouwsel te maken om zijn tuin te behandelen. De uitgeschreven methode daarvan kwam ik tegen op nudge.nl en is als volgt:


De naaktslakken in de tuin dragen al aaltjes (en andere parasieten) bij zich. Normaal gesproken is dat in balans en dus niet schadelijk voor de slakken. De truc bij het kweken van aaltjes is om de ideale omstandigheden te creëren waarin deze aaltjes zich in de naaktslakken explosief gaan vermeerderen. Dit middel zou – net zoals het flesje dat je kunt kopen – zes weken moeten werken.

Het stappenplan om zelf aaltjes te kweken:

  1. Neem een emmer met een goed sluitende deksel;
  2. Maak gaatjes onder de rand zodat het er niet inregent. De gaatjes moeten klein genoeg zijn zodat de slakken er niet uitkruipen (max. 2 mm). Dit gaat het gemakkelijkst met een boortje;
  3. Onderin de emmer doe je een klein laagje regenwater (geen kraanwater). Niet teveel, want de slakken hoeven niet te verdrinken;
  4. Dan verzamel je minstens 20 naaktslakken;
  5. Je geeft ze een paar frisse, jonge blaadjes (sla werkt goed) om op te klimmen en te knabbelen;
  6. Je doet de emmer dicht en zorgt dat hij niet in de zon staat;
  7. Je roert dagelijks even om en geeft ze af en toe een vers blaadje sla (of andere jonge blaadjes);
  8. Na twee weken zijn alle slakken dood en zit het water vol aaltjes;
  9. Pak een tweede emmer, hang er een zeef boven en giet alles er in. Doe wat water in je kweekemmer en schud deze om en giet dit ook over de dode slakken in de zeef. Herhaal dit een paar keer met in totaal ongeveer een emmer water. Gooi dan de dode slakken op de composthoop;
  10. Giet het water met de aaltjes met een gieter over je tuinbodem op vochtige plekken met veel slakken, bij de gewassen die worden aangevreten en over de composthoop. Je ziet de aaltjes niet, maar ze zitten er echt in;
  11. Na een paar weken ga je weer opnieuw beginnen, zodat je ze elke vier tot zes weken weer opnieuw over de tuinbodem kunt gieten.

Tips:

  • Het verspreiden van nematoden werkt het beste bij een bodemtemperatuur van 15 graden (minimaal 5 graden);
  • De bodem moet wel al voldoende vochtig zijn, dus na een regenbui is het perfect. Doe het sowieso nooit in de zon, want daar houden de aaltjes niet van;
  • Als je begint tijdens een plaag ga je na ongeveer een week een verschil zien. Maar het is nog beter om eerder te beginnen, zodat je op een eventuele plaag voorbereid bent.
  • De beste tijd om te beginnen, is dus al in maart of in april als de temperaturen boven de 5º C zijn en als de planten beginnen uit te lopen of er al slijmsporen te zien zijn. De bestrijding met nematoden kan vervolgens tot oktober, als de temperaturen nog boven de 5º C zijn.

Het voordeel van deze methode is dat de aaltjes toch al in je tuin aanwezig zijn, je brengt er dus geen nieuwe entiteit mee binnen. Door ze te kweken verhoog je tijdelijk de aantallen. Is de slakkenpopulatie eenmaal flink afgenomen, dan zal bij gebrek aan prooi ook de aaltjespopulatie weer tot normale proporties slinken.

Geen idee of en hoe goed het werkt, maar mocht iemand het gaan proberen dan hoop ik dat hij/zij even laat weten hoe het gewerkt heeft.

En onthoudt: de natuur streeft naar evenwicht, en hoe actiever je bestrijdt (en dat evenwicht verstoord), hoe meer werk je jezelf op de nek haalt!

Artikel: Jan Altink